Sunday, February 03, 2008

Verstrooid

De hele nacht spookte ze door mijn dromen: een werkwoordfout. Nochtans is het maken van een werkwoordfout of een zogenaamde dt-fout helemaal niet erg. Dat vind ik. Van andere mensen. Voor mijzelf heb ik er moeite mee. Omdat het al een paar keer is gebeurd. En dan nog in een mail naar mensen op wie ik een goede indruk wilde maken. En vooral omdat ik sinds kort taalverbeteraar van beroep ben. Je zou van minder wakker liggen.

Ik probeerde mij de vorige fouten te herinneren en kwam erachter dat het bijna altijd dezelfde was. Zij vind, wie vind … Ik projecteerde het woord levensgroot op het plafond. “Vindt”, moet het zijn. En plots vond ik die “t” zo onnatuurlijk. En dat is het ook. Net als bij “wordt”.

Met “worden” heb ik het -geloof ik- nog niet aan de hand gehad. Op één of andere manier zit dat er ingeprent. Terwijl “vindt” waarschijnlijk slecht geprogrammeerd is in mijn brein. Want daar gaat het over. Niemand vraagt zich bij elke zin af welke “persoon” het onderwerp is. Na een zekere training die in de lagere school begint en afgerond zou moeten zijn in de middelbare school, zou het een automatisme moeten zijn.

Maar de Nederlandse taal is net iets te ingewikkeld voor automatismen. Een spellingchecker, hoe verfijnd ook, heeft het soms moeilijk met zinsontleding. Hij kan niet altijd uitmaken wie of wat het onderwerp is in een zin en ziet daardoor soms de werkwoordfouten niet. In deze tekst vindt hij “zij vind” fout, maar “wie vind” juist. En bij inversie wordt het helemaal lastig.

En zo probeer ik maar een verklaring te vinden en mijn fouten goed te praten. Maar voor Els is het heel eenvoudig: Jij bent gewoon een verstrooid iemand, zegt ze. Een verstrooid iemand, dan nog. Niet af en toe een keertje verstrooid, maar iemand die dikwijls verstrooid is.

Ik vind het niet erg prettig om te horen. Maar ik vrees dat ze gelijk heeft.

Het stond in al mijn agenda’s in de lagere school: Opletten in de les!

Monday, January 07, 2008

Verloren maandag

Maandag zou schrijfdag moeten zijn. Maar telkens weer zijn er praktische bezwaren. Zo is de verwarming vandaag weer kapot en staan er illegale vuilniszakken op de stoep. Er is altijd wat te regelen. En regelen dat doe ik graag. Maar schrijven ook.

Ik zou graag schrijven over het flatgebouw en haar bewoners. Ik kijk zo graag naar hen. Wij zijn observers, zegt mijn schrijvende zus, Elisabeth. Noem het maar voyeurs, denk ik nu. Laat ik het maar toegeven, mijn vrijwilligerswerk in het gebouw is niet veel meer dan een excuus om naar mensen te kijken en te luisteren. Hun gedrag en hun verhalen zijn zo wonderlijk dat tussen hen leven bijna hetzelfde is als een roman lezen of naar een film kijken.

Voor alle duidelijkheid: mijn bedoelingen zijn goed. Ik zie ze allemaal graag. Ook al durft er wel eens eentje boos zijn of juist heel nonchalant. Ik zie ze zo graag dat ik niet meer over hen schrijf. Ik zou niemand willen kwetsen of zijn privacy schenden.

En daar zit ik dan, vol verhalen, die het papier niet halen. Misschien moet ik toch maar met een geheim dagboek beginnen. Of mijn belevenissen kanaliseren naar een ander project.

Er staat er al eentje in de steigers. Ik zal met het overschotje van mijn verloren maandag maar eens snel aan de slag gaan.

PS Mijn liefste, breng je straks worstenbrood en appelbollen mee?

Saturday, November 03, 2007

Inspiratie


Aan mijn weblog zou je het niet zeggen, maar de laatste tijd heb ik veel inspiratie. Soms komen er woorden en zinnen van. En af en toe geraken ze zelfs op papier. En zoals vandaag kan ik mij daar echt gelukkig bij voelen. Het lijkt wel of ik de laatste tijd de juiste mensen ontmoet en vooral de juiste prikkels krijg. Als er dan ook hier en daar nog een streep tijd vrij komt, dan is het helemaal goed.

Het leven is toch raar. De ene dag is het een berg hindernissen en storingen en de volgende dag past weer alles naadloos in elkaar. En zo is het vandaag. En hopelijk morgen ook nog een beetje.

Monday, September 17, 2007

Een jaar als (g)een ander

Onze bovenburen hebben een hondje gekocht. Het zou eerst Mira heten. Daarna Guapa want voor hondjes is het het jaar van de G. Door een menselijke fout in de registers heet het nu officieel Zuappa. Maar haar nieuwe baasjes blijven haar Guapa noemen. Het is ontroerend om te zien hoe gelukkig ze zijn. En Guapa ziet er ook wel gelukkig uit, voor een mopshondje.

Ik zag net dat mijn blog al meer dan een jaar bestaat. Een jaar waarin zoveel gebeurde dat ik geen tijd had om het allemaal te bloggen. De gevelde wilde kastanjelaar in het stadspark is allang opgeruimd. In de vijver zag ik het water hoopvol stijgen en daarna weer dalen. Er staat zelfs geen plasje meer in. Af en toe maait iemand het gras dat er nu groeit. De eenden en de waterhoentjes zijn weg. En tijdens de dagen van het Joodse nieuwjaar, vorige week, konden de gelovigen hun zonden niet kwijt. Ik hoop dat ze een andere plas hebben gevonden. Tijdens mijn zoektocht naar een uitleg over het verloren geraakte water las ik dat de vijver ooit express in verbinding werd gebracht met de Herentalse vaart. Om stromend water te hebben voor het Joodse nieuwjaar.
Hoe zou het eigenlijk met de Herentalse vaart zijn?

Ook in het flatgebouw is veel gebeurd. Een gezin verhuisde naar het gebouw naast het onze. Hun appartement staat te huur. Een ander appartement werd verkocht en we wachten nieuwsgierig af wie er komt wonen. De hoogbejaarde en heerlijk extravagante madame B. werd een paar dagen geleden naar het ziekenhuis gebracht. Ze is 88 en woont hier al 43 jaar. Ze weigert om naar een bejaardentehuis te gaan en hoewel het geen leven is voor haar bezorgde familieleden, hoop ik dat ze nog een tijdje onze buurvrouw kan zijn. Mijnheer en mevrouw S. maken het goed, ook al ondanks de jaren.

In ons appartement kwam een nieuwe badkamer. Een foto volgt. Eerst het fotoapparaat vanonder het stof halen. Het stof hing wekenlang in onze neusgaten en knarste tussen onze boterhammen. Maar nu kunnen we ons eindelijk wassen.

Guapa blaft al een beetje. Ik hoop dat Guapa een lief klein hondje blijft.

In de kelder van het flatgebouw lekt een driewegkraan zo erg dat we een dompelpomp moesten laten installeren. De stookinstallatie puft en stoomt en dreigt elk moment uit elkaar te vallen. Ik durf haast niet meer te gaan kijken. Morgen moeten we een installateur kiezen die ons voor een slordige 50.000 euro aan een nieuwe verwarming moet helpen. Liefst nog voor het winter wordt.

Vandaag bedacht ik dat ik zoveel aan mijn hoofd heb, dat het ene probleem mij van het andere afleidt. Op die manier slaag ik erin om niet in het piekeren vast te lopen. Zo zie je maar: elk nadeel heeft zijn voordeel.

Het is stil bij Guapa. Misschien slapen ze al. Glimlachend, alledrie.

Friday, July 27, 2007

Eurogames: zwemster Marijke en coach Fabienne

Niet meer en niet minder

Voor vandaag had ik tijd gereserveerd om het einde van mijn weblog te schrijven. Ja, ik was van plan om ermee te stoppen. Ik zou alles nog eens overlopen. Een paar stukken eruit gooien, het beste laten staan en met een afscheidstekst de boel netjes afsluiten. En wel om de volgende redenen: Ten eerste kom ik er niet toe om regelmatig te schrijven. Inspiratie genoeg, dat wel. Te weinig tijd, durf ik niet aanhalen. Te veel andere dingen aan mijn hoofd, daar is wel iets van. Maar vooral is het lelijke groene faalangstbeest de spelbreker. Het zit voortdurend op mijn schouder en wijst elk idee meteen af. Een stukje over de Eurogames? Allang oud nieuws, zegt het beest. Nog eens over mijn loopochtenden in Den Brand? Hebben we al gehad. Over de fantastische mevrouw S. die mij onlangs een regenkapje aanbood? Wie zit daar op te wachten?

Zo kom ik dus nergens en op de koop toe voel ik me schuldig omdat ik weet dat mijn handvol trouwe lezers regelmatig op deze url klikken en niks nieuws vinden.

Ten tweede kreeg ik onlangs precies van twee van die trouwe lezers de bekentenis toegestuurd dat ze liever mijn verhalen lezen dan mijn weblog en verzoeken ze mij vriendelijk om weer verhalen te gaan schrijven. De mail eindigt met Please! En is ondertekend door “Je grootste fans”.

Je zou van minder in vertwijfeling geraken.

Als ik ergens over pieker kijk ik wel eens naar de mooie foto van Ton in mijn schrijfkamertje. Zijn advies: Je kunt het ene doen en het andere niet laten.

Besluit: Ik maak in mijn drukke hoofd een plekje vrij voor een nieuw verhaal. Tegen wanneer? Dat zien we wel. En ondertussen blijft deze blog gewoon lekker open. Niet voor jullie, maar voor mij. Als oefenplek. Voor kleine verhaaltjes en piekertekstjes als deze. En af een toe een foto. Meer moet dat niet zijn.

Monday, June 18, 2007

Eentje die het gaat maken

In de Lange Gasthuisstraat stapten een klein meisje en haar moeder op tram 7. Het viel me meteen op dat het meisje heel sterk op haar moeder leek. Hetzelfde lichtbruine, ronde gezichtje, dezelfde dikke krullenbos. Misschien voelde ze dat ik naar haar keek want de daaropvolgende minuten deed ze er alles aan om mijn en ook Els’ aandacht gevangen te houden. Haar moeder sjouwde twee grote waszakken mee, en probeerde haar dochter ervan te weerhouden om op de zakken te gaan zitten. Ze had zelf wat moeite om recht te blijven. Terwijl ze een kaartje in de automaat stak, ging ook nog haar telefoon over. “Dat is mijn vader.” zei het meisje trots, terwijl ze -gebruik makend van de verslappende aandacht van haar moeder-, op de grootste zak plofte. De dame beëindigde het gesprek in het Portugees en lachte verontschuldigend naar ons. We begonnen een kleine conversatie en vernamen dat het meisje Luana heette, 4 jaar was en niet kon ophouden met tateren. Waarop Luana meteen een demonstratie gaf. Bij de nationale bank moesten we er allemaal af. “Handje geven.” zei Luana en ze stak haar hand uit naar Els. “En jij moet mijn moeder helpen.” commandeerde ze in mijn richting. Gehoorzaam tilde ik één van de waszakken op. Samen staken we de straat over. Aan de overkant zou Luanas papa hen komen ophalen. Els en ik liepen verder naar het flatgebouw. Bij de deur zwaaiden we nog eens, naar Luana en haar moeder.