
Thursday, April 12, 2007
Tuesday, March 06, 2007
Het is van moeten
In één week tijd vroegen vier vrienden hoe het met het schrijven gaat. Tja, veel komt er niet van terecht. Het project waar ik in januari zou aan beginnen ligt in de derde lade rechts. Mijn weblog is ook niet veel soeps meer. Goesting genoeg, maar tijd tekort. Hoe doen andere mensen dat toch? Ik ken mensen met een fulltime baan en een paar kinderen, die elke avond gezond koken, in het weekend hun huis verbouwen en tussendoor toch nog artikels of verhalen schrijven. Blijkt dat ze ook nog boeken lezen en naar de film gaan!
Elke dag pijnig ik mijn hersenen met de vraag hoe ik tijd kan maken. Wat kan ik schrappen? Maar het lijstje blijft onveranderd. Integendeel, ik zou er graag nog wat aan toevoegen: meer sport, meer lezen, weer piano spelen, vaker mijn petekind bezoeken, een weekendje weg met mijn liefste …
Mijn frustratie is groot maar de troost is even groot: het is heerlijk om in de flow te zijn, energie te hebben. En het schrijven loopt niet weg. Gelukkig heb ik vriendinnen die mij aanporren. Hou altijd een schriftje bij de hand, zeggen ze en ze doen er mij prompt een paar cadeau. Ik ben altijd blij met schriftjes. Met alles van papier. Net nog kreeg ik een blok met vierkante velletjes van mijn bovenbuur. Het kan niet op. Schrijven zal ik.
Elke dag pijnig ik mijn hersenen met de vraag hoe ik tijd kan maken. Wat kan ik schrappen? Maar het lijstje blijft onveranderd. Integendeel, ik zou er graag nog wat aan toevoegen: meer sport, meer lezen, weer piano spelen, vaker mijn petekind bezoeken, een weekendje weg met mijn liefste …
Mijn frustratie is groot maar de troost is even groot: het is heerlijk om in de flow te zijn, energie te hebben. En het schrijven loopt niet weg. Gelukkig heb ik vriendinnen die mij aanporren. Hou altijd een schriftje bij de hand, zeggen ze en ze doen er mij prompt een paar cadeau. Ik ben altijd blij met schriftjes. Met alles van papier. Net nog kreeg ik een blok met vierkante velletjes van mijn bovenbuur. Het kan niet op. Schrijven zal ik.
Monday, February 19, 2007
Voornemen uitgevoerd
Om 9 u vanmorgen liepen Mimount en ik het park “Den Brand” in. Een beetje voorzichtig, want het was al bijna 8 weken geleden. We spraken af om afwisselend te lopen en te stappen. Maar voor we het beseften, hadden we een rondje gelopen. En ook het tweede ging vanzelf. Niks afzien. Niks hijgen en zweten. Alleen mijn hartslagmeter sputterde af en toe tegen. Eerlijk gezegd vertrouw ik dat ding niet echt.
We liepen dus alsof we alle dagen niets anders doen. Mimount vertelde weer de boeiendste verhalen. En dat is de truc. Daarom koester ik haar. Om haar verhalen. En omdat lopen met haar daardoor geen moeite kost.
We liepen dus alsof we alle dagen niets anders doen. Mimount vertelde weer de boeiendste verhalen. En dat is de truc. Daarom koester ik haar. Om haar verhalen. En omdat lopen met haar daardoor geen moeite kost.
Monday, February 12, 2007
Winterstop
Mijn piepkleine groep van trouwe fans moeten al een tijdje op een houtje bijten. Sorry dames en heren, het komt er maar niet van. Te veel aan mijn hoofd, te weinig tijd, te veel goesting in andere dingen. Dat laatste is natuurlijk positief. Zo ben ik onlangs met een cursus fotografie begonnen. Veel zal het niet helpen, want talent heb ik duidelijk niet. Maar alle beetjes helpen en wie weet slaag ik er binnenkort in om een foto te maken die niet bewogen en onderbelicht is. Die komt dan meteen in mijn weblog.
Te weinig tijd, want minder tijd, omdat ik weer werk. Sinds januari ben ik de vaste duizendpoot van Natuurpunt-WAL (http://www.natuurpuntwal.be/). Het is een beetje aanpassen om weer in de non-profitsector te werken maar het is verschrikkelijk leuk. Zo herken ik tegenwoordig al de roep van een pi
mpelmees en weet ik hoe een ekster eruitziet. Je moet ergens beginnen. De rugstreeppad zou ik waarschijnlijk ook al kunnen identificeren. En kikkers en padden moeten de straat over geholpen worden, zodat ze in hun haast om zich voort te planten, niet overreden worden. Elke dag besef ik dat ik al 49 jaar op deze wereld rondloop en er zo goed als niets over weet. Maar daar komt nu verandering in. Het werk zelf is ook erg leuk. De controlefreak en de regeltante in mij kunnen zich helemaal uitleven. In mijn enthousiasme ben ik al een paar keer uitgegleden. Na mijn val over een zelfgemaakte d/t-fout in een mail naar het Dagelijks Bestuur en een verkeerde datum in een mail naar 350 Natuurpunt-WAL-vrienden, heb ik mezelf gedwongen om het wat rustiger aan te doen.
In het Flatgebouw is er ook van alles aan de hand en in Frankrijk maken mijn ouders een moeilijke winter door. Veel aan mijn hoofd dus.
Tot mijn schande moet ik tenslotte bekennen dat ik van het hele jaar nog niet gelopen heb. Als ik voorbij het stadspark fiets, kijk ik de andere kant op. Uit pure schaamte.
Maar ook daar komt verandering in. Volgende maandag maak ik een einde aan de winterstop.
Mimount, hou je klaar. Nu het in mijn weblog staat, kan ik er niet meer onderuit. En intussen is mijn weblogwinterstop ook al opgeheven. Het komt weer allemaal goed.
Te weinig tijd, want minder tijd, omdat ik weer werk. Sinds januari ben ik de vaste duizendpoot van Natuurpunt-WAL (http://www.natuurpuntwal.be/). Het is een beetje aanpassen om weer in de non-profitsector te werken maar het is verschrikkelijk leuk. Zo herken ik tegenwoordig al de roep van een pi
mpelmees en weet ik hoe een ekster eruitziet. Je moet ergens beginnen. De rugstreeppad zou ik waarschijnlijk ook al kunnen identificeren. En kikkers en padden moeten de straat over geholpen worden, zodat ze in hun haast om zich voort te planten, niet overreden worden. Elke dag besef ik dat ik al 49 jaar op deze wereld rondloop en er zo goed als niets over weet. Maar daar komt nu verandering in. Het werk zelf is ook erg leuk. De controlefreak en de regeltante in mij kunnen zich helemaal uitleven. In mijn enthousiasme ben ik al een paar keer uitgegleden. Na mijn val over een zelfgemaakte d/t-fout in een mail naar het Dagelijks Bestuur en een verkeerde datum in een mail naar 350 Natuurpunt-WAL-vrienden, heb ik mezelf gedwongen om het wat rustiger aan te doen.In het Flatgebouw is er ook van alles aan de hand en in Frankrijk maken mijn ouders een moeilijke winter door. Veel aan mijn hoofd dus.
Tot mijn schande moet ik tenslotte bekennen dat ik van het hele jaar nog niet gelopen heb. Als ik voorbij het stadspark fiets, kijk ik de andere kant op. Uit pure schaamte.
Maar ook daar komt verandering in. Volgende maandag maak ik een einde aan de winterstop.
Mimount, hou je klaar. Nu het in mijn weblog staat, kan ik er niet meer onderuit. En intussen is mijn weblogwinterstop ook al opgeheven. Het komt weer allemaal goed.
Monday, January 08, 2007
Ogentroost en Zilverschoon
Voor Annemie
Op een dinsdag vond ik de brief, net voor ik warm ingepakt zou gaan wandelen in Kieldrecht. In de brief stond dat Annemie ingeslapen was, in de armen van haar geliefde. Ik stak hem in mijn rugzak en vertrok. In normale omstandigheden ga je zitten op zo’n moment. Nu moest ik vooruit, met de brief in mijn rugzak en turbulenties rond mijn hart.
Twee maanden geleden zag ik haar nog. Wat zie jij er goed uit! riep ik uit. Ze kon er om lachen. Want het klonk een beetje raar. Het klonk als: Wat zie jij er goed uit, voor iemand die kanker heeft! Maar het was waar. Ze zag er mooi uit met haar witte haar en haar pittige bril. Ze bloosde een beetje en ze zag er helemaal niet ziek uit. We hebben toen een paar uur zitten kletsen en heel veel koffie gedronken. De boodschap was hard aangekomen. Ze had vijvertjes in haar ogen toen ze dat vertelde maar meteen daarna herpakte ze zich. Ik hoop dat ik met nieuwjaar weer kan gaan werken, zei ze. Ze hapte af en toe een beetje naar adem.
Bij de Grote Geul in Kieldrecht zag ik duizenden Grauwe Ganzen en leerde ik mooie namen als Ogentroost, Zilverschoon, Donderzwam, Watermunt, Groot Moerasscherm, Wolfspoot, Blauw Glidkruid … Maar mijn gedachten dwaalden telkens weer af. Zilverschoon, ik dacht aan haar mooie haar, Ogentroost, aan de vijvertjes in haar ogen.
Het nieuwe jaar is intussen al een week oud. Ik heb een nieuwe baan en ben heel blij. Annemie zou ook blij zijn voor mij. Maar ik denk voortdurend aan haar. Ik ga weer werken en zij slaapt.
Maar ik werk nu ook een beetje voor jou, Annemie. Voor jouw bekommernis om de natuur.
Slaap zacht, alles komt goed.
Op een dinsdag vond ik de brief, net voor ik warm ingepakt zou gaan wandelen in Kieldrecht. In de brief stond dat Annemie ingeslapen was, in de armen van haar geliefde. Ik stak hem in mijn rugzak en vertrok. In normale omstandigheden ga je zitten op zo’n moment. Nu moest ik vooruit, met de brief in mijn rugzak en turbulenties rond mijn hart.
Twee maanden geleden zag ik haar nog. Wat zie jij er goed uit! riep ik uit. Ze kon er om lachen. Want het klonk een beetje raar. Het klonk als: Wat zie jij er goed uit, voor iemand die kanker heeft! Maar het was waar. Ze zag er mooi uit met haar witte haar en haar pittige bril. Ze bloosde een beetje en ze zag er helemaal niet ziek uit. We hebben toen een paar uur zitten kletsen en heel veel koffie gedronken. De boodschap was hard aangekomen. Ze had vijvertjes in haar ogen toen ze dat vertelde maar meteen daarna herpakte ze zich. Ik hoop dat ik met nieuwjaar weer kan gaan werken, zei ze. Ze hapte af en toe een beetje naar adem.
Bij de Grote Geul in Kieldrecht zag ik duizenden Grauwe Ganzen en leerde ik mooie namen als Ogentroost, Zilverschoon, Donderzwam, Watermunt, Groot Moerasscherm, Wolfspoot, Blauw Glidkruid … Maar mijn gedachten dwaalden telkens weer af. Zilverschoon, ik dacht aan haar mooie haar, Ogentroost, aan de vijvertjes in haar ogen.
Het nieuwe jaar is intussen al een week oud. Ik heb een nieuwe baan en ben heel blij. Annemie zou ook blij zijn voor mij. Maar ik denk voortdurend aan haar. Ik ga weer werken en zij slaapt.
Maar ik werk nu ook een beetje voor jou, Annemie. Voor jouw bekommernis om de natuur.
Slaap zacht, alles komt goed.
Monday, December 25, 2006
Een iglo in A (kerstverhaal)
Het sneeuwde en iedereen was blij, behalve Willem. Hij staarde somber door het raam. Zeven verdiepingen lager bogen kleine mensjes zich verwonderd naar de grond. Echte blijven-liggen-sneeuw. En dat op 24 december!
Hij gooide zijn sportschoenen in een hoek. Gaan rennen in het stadspark was uitgesloten. Dan maar wandelen, dacht hij. Het werd snel donker, maar door de sneeuw zouden de wandelpaden zichtbaar blijven.
Er waren geen andere wandelaars. Niet erg, dacht Willem. Hij genoot van de krakende sneeuw onder zijn laarzen, van de warmte in zijn handschoenen en van de knisterende koude rond zijn kin.
Bij de speeltuin zag hij beweging. Iemand was druk bezig met pakken sneeuw te proppen onder het iglo-klimrek. Heel even dacht hij zich om te keren, maar de jonge man had hem gezien en zwaaide.
Het is Jack, dacht Willem. Wat doet hij hier? Ik dacht dat hij allang het land uit was.
‘Hi Jack,’ riep hij, ‘What are you doing?’ Jack lachte zijn witte tanden bloot en gaf hem een zwarte, natte hand.
‘Ik bouw een iglo, man, zie je dat niet?’
‘Bedoel je echt een iglo? Om in te slapen?’
Jack lachte weer.
‘Yes man, dat is eens wat anders dan onder de brug.’
Hij duwde met zijn armen een hoop sneeuw bij elkaar en bracht het naar het klimrek.
‘Help me een handje, dan nodig ik je uit in mijn huis!’ riep hij over zijn schouder.
Ze werkten zich warm en na een uur was de iglo klaar. De muren waren dik, de toegang smal, en dicht bij elkaar leek het binnen minder koud dan buiten.
‘En nu’, zei Jack, ‘gaan we kerstavond vieren.’ Uit zijn jaszak haalde hij twee halfopgebrande theelichtjes en een heupfles rum. Hij stak de lichtjes aan, nam zelf eerst een slok en bood Willem de fles aan.
Toen hij Willem zag twijfelen, betrok zijn gezicht.
‘Moet je weg? Naar je familie?’
‘Mijn familie, aarzelde Willem, is ver weg.’
‘Waar dan?’ vroeg Jack.
‘In Oostende.’ zei Willem.
‘Oostende, man? Aan de kust? Waar de boot naar Engeland vertrekt? Dat is toch niet ver? Afrika! Dat is ver!’
Voor Willem, die je er al jaren niet meer was geweest, leek Oostende heel ver. Hij dacht aan zijn moeder, waarschijnlijk druk in de weer in de keuken, en aan zijn vader, die zich vast met alles zou bemoeien. Hij vroeg zich af hoe de kinderen van zijn zus er uit zouden zien.
‘Antwerpen, Oostende, Dover, Londen …’ Jack somde enthousiast het rijtje op.
‘Weet je waar mijn familie is, Willem? In Londen! Daar spreekt iedereen Engels en kan ik alles verstaan! Daar is mijn toekomst en daar zal ik een familie hebben.’ Hij nam nog een slok van de rum en liet zich achterover vallen.
‘O man, wat ben ik moe’ kreunde hij. De achterwand van de iglo kraakte.
Willem schudde zijn hoofd. Londen, daar was Jack al zolang over bezig, al sinds hun eerste ontmoeting, afgelopen zomer. En Oostende … was inderdaad slechts een treinreis ver.
Hij boog zich over Jack. In het flauwe licht van de kaarsjes, kon hij Jacks donkere gezicht zien. Hij snurkte als een verkouden kind. Een kind zonder ouders, zussen of broers, dat het verleden gewist had en nog enkel een droom had om naar te verlangen.
‘Weet je wat, Jack?’ fluisterde hij, ‘slaap nog wat. Straks maak ik je wakker en dan lopen we samen naar het Centraal Station. We gaan naar mijn familie in Oostende en morgen koop ik jou een kaartje voor de Ferry naar Dover.’
Jack kreunde bijna onhoorbaar en bewoog in zijn slaap.
Willem blies in zijn handen maar hij had het niet koud.
Hij gooide zijn sportschoenen in een hoek. Gaan rennen in het stadspark was uitgesloten. Dan maar wandelen, dacht hij. Het werd snel donker, maar door de sneeuw zouden de wandelpaden zichtbaar blijven.
Er waren geen andere wandelaars. Niet erg, dacht Willem. Hij genoot van de krakende sneeuw onder zijn laarzen, van de warmte in zijn handschoenen en van de knisterende koude rond zijn kin.
Bij de speeltuin zag hij beweging. Iemand was druk bezig met pakken sneeuw te proppen onder het iglo-klimrek. Heel even dacht hij zich om te keren, maar de jonge man had hem gezien en zwaaide.
Het is Jack, dacht Willem. Wat doet hij hier? Ik dacht dat hij allang het land uit was.
‘Hi Jack,’ riep hij, ‘What are you doing?’ Jack lachte zijn witte tanden bloot en gaf hem een zwarte, natte hand.
‘Ik bouw een iglo, man, zie je dat niet?’
‘Bedoel je echt een iglo? Om in te slapen?’
Jack lachte weer.
‘Yes man, dat is eens wat anders dan onder de brug.’
Hij duwde met zijn armen een hoop sneeuw bij elkaar en bracht het naar het klimrek.
‘Help me een handje, dan nodig ik je uit in mijn huis!’ riep hij over zijn schouder.
Ze werkten zich warm en na een uur was de iglo klaar. De muren waren dik, de toegang smal, en dicht bij elkaar leek het binnen minder koud dan buiten.
‘En nu’, zei Jack, ‘gaan we kerstavond vieren.’ Uit zijn jaszak haalde hij twee halfopgebrande theelichtjes en een heupfles rum. Hij stak de lichtjes aan, nam zelf eerst een slok en bood Willem de fles aan.
Toen hij Willem zag twijfelen, betrok zijn gezicht.
‘Moet je weg? Naar je familie?’
‘Mijn familie, aarzelde Willem, is ver weg.’
‘Waar dan?’ vroeg Jack.
‘In Oostende.’ zei Willem.
‘Oostende, man? Aan de kust? Waar de boot naar Engeland vertrekt? Dat is toch niet ver? Afrika! Dat is ver!’
Voor Willem, die je er al jaren niet meer was geweest, leek Oostende heel ver. Hij dacht aan zijn moeder, waarschijnlijk druk in de weer in de keuken, en aan zijn vader, die zich vast met alles zou bemoeien. Hij vroeg zich af hoe de kinderen van zijn zus er uit zouden zien.
‘Antwerpen, Oostende, Dover, Londen …’ Jack somde enthousiast het rijtje op.
‘Weet je waar mijn familie is, Willem? In Londen! Daar spreekt iedereen Engels en kan ik alles verstaan! Daar is mijn toekomst en daar zal ik een familie hebben.’ Hij nam nog een slok van de rum en liet zich achterover vallen.
‘O man, wat ben ik moe’ kreunde hij. De achterwand van de iglo kraakte.
Willem schudde zijn hoofd. Londen, daar was Jack al zolang over bezig, al sinds hun eerste ontmoeting, afgelopen zomer. En Oostende … was inderdaad slechts een treinreis ver.
Hij boog zich over Jack. In het flauwe licht van de kaarsjes, kon hij Jacks donkere gezicht zien. Hij snurkte als een verkouden kind. Een kind zonder ouders, zussen of broers, dat het verleden gewist had en nog enkel een droom had om naar te verlangen.
‘Weet je wat, Jack?’ fluisterde hij, ‘slaap nog wat. Straks maak ik je wakker en dan lopen we samen naar het Centraal Station. We gaan naar mijn familie in Oostende en morgen koop ik jou een kaartje voor de Ferry naar Dover.’
Jack kreunde bijna onhoorbaar en bewoog in zijn slaap.
Willem blies in zijn handen maar hij had het niet koud.
Subscribe to:
Posts (Atom)